Gehooronderzoek voor personen die beroepsmatig aan lawaai worden blootgesteld.

audiometrie2Slechthorendheid kan iemands levensgeluk ernstig schaden.

In een aantal gevallen, bijvoorbeeld bij erfelijke factoren, is slechthorendheid niet te voorkomen. Als het een gevolg is van blootstelling aan lawaai, dan is dat echter een slechte zaak!

Om lawaaislechthorendheid te voorkomen zijn er een aantal afspraken vastgelegd in de arbo wetgeving.

Kort gezegd komen die neer op beoordelen (soms meten) van de mate van blootstelling, beperken van de mate van blootstelling (bijvoorbeeld door een lawaaibron te omkasten), verstrekken van (passende) gehoorbeschermers, geven van voorlichting en het verschaffen van de mogelijkheid de oren / het gehoor periodiek te laten controleren.

Bij dat periodiek controleren (bedrijfsaudiometrie) is het belangrijk dat goed duidelijk is wat de doelstelling is.

Er zijn twee hoofddoelstellingen:

  1. blijft het gehoor in orde?
  2. geven van informatie indien bijsturen noodzakelijk is (aan werkgever en werknemer).bij het beschermen van het gehoor.

In de praktijk blijkt dat goede, op de persoon toegesneden, informatie een belangrijke factor is. Als de medewerker zelf kan zien wat er gebeurt met zijn / haar gehoor dan is de motivatie groot om gedrag bij te stellen.

Zonder goede anamnese en zonder goede terugkoppeling is bedrijfsaudiometrie eigenlijk nutteloos. Toch zien we dat nog vaak gebeuren, onder andere bij werkgevers die bedrijfsaudiometrie "uitbesteden" naar de leverancier van otoplastieken. Deze leveranciers houden geen historie bij, hebben geen kennis van de lawaaisituatie ter plekke en zijn niet beducht op kleine beschadigingen. (Voor de bedrijfsaudiometrist zijn de kleine beschadigingen (bij een jonge werknemer) wél belangrijk. Wat betekent dat immers na 40 jaar werken?)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *